mijden

(doorverwezen van mijden)
Vertalingen

mijden

ausweichen, entgegen, entweichen, meiden, vermeidenavoid, evadeéviter, parer, s'abstenir de, bouderschivaremijdenundgåmijdenלהימנעmijden ('mɛidə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd meed , voltooid deelwoord heeft gemeden
proberen (een ander) niet te ontmoeten Sinds hun scheiding mijden ze elkaar zo veel mogelijk.