luisteren

Vertalingen

luisteren

hören, anhören, aushorchen, horchen, Verhör, zuhörenlistenécouter, écouter (qc), être aux écoutesescutar, ouvirслушатьascoltare, sentisti, udizioneيَسْتَمِعُposlouchatlytteακούωescucharkuunnellaslušati聞く듣다lytteusłuchaćlyssnaฟังdinlemekngheслушам ('lœystərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd luisterde , voltooid deelwoord heeft geluisterd
1. met aandacht horen luisteren naar muziek
2. het vereist precisie
3. niet gehoorzamen