loszingen van

Vertalingen

loszingen van

(ˈlɔsɪŋə(n) vɑn)
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zong zich los van , voltooid deelwoord heeft zich losgezongen van
onafhankelijk voortbestaan ten opzichte van hetgeen waaruit iets voortgekomen is De biologische voedselproductie heeft zich losgezongen van het amateurisme waaruit ze is voortgekomen.