lossen

Vertalingen

lossen

ausladen, auslassenunload, releasedécharger, lâcher, répandre, dégager, tirer, débarquer, déchargeaflojar, descargarmettere in libertà, sciogliere (ˈlɔsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd loste , voltooid deelwoord heeft gelost
1. laden (vracht) uit een transportmiddel halen
2. met een vuurwapen schieten