loper

Vertalingen

loper

Läufer, Generalschlüssel, Passepartout, Eilbote, Kurier, Hauptschlüssel, Zentralschlüsselcourier, master key, bishopcoureur, passe-partout, courrier, messager, chemin de table, coureur/-euse, fou [échecs], marcheur/-euse, tapis d'escalier, fouganzúa, llave maestrachiave uiversaleофицер (ˈlopər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. lang kleed in een gang of op een trap
(iemand) hartelijk verwelkomen
2. schaakstuk
3. sleutel die op meer dan één slot past