lokaal

Thesaurus

lokaal:

plaatselijk
Vertalingen

lokaal

(loˈkal)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud lokalen
ruimte in een gebouw (meestal een school) met een bepaalde functie leslokaal praktijklokaal schaftlokaal

lokaal

örtlich, Anstalt, Gelaß, Gemach, lokal, Ort, Platz, Stelle, Stube, Zimmerlocal, chamber, place, roomchambre, local, pièce, salle, placelocale, nostranoمَحَلِيّmístnílokalτοπικόςlocalpaikallinenlokalan局部の국소적인lokallokalnylocalместныйlokalประจำท้องถิ่นyerelthuộc địa phương当地的, 本地本地מקומי (loˈkal)
bijvoeglijk naamwoord
als iets hoort bij een bepaalde plaats een lokale bui onder lokale verdoving