lof


Zoekopdrachten gerelateerd aan lof: loof
Thesaurus
Vertalingen

lof

(lɔf)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
witlof

lof

Berühmtheit, Glorie, Lob, Zichorie, Chicoréechicory, glory, fame, praise, renown, creditlouange, gloire, renommée, réputation, éloge, endive (de Bruxelles), compliment, chicon, endiveالهندبا البرّيّةescarolaendivia, escarola, elogioinsalata belga, radicchio, vantocykoriachicarolaέπαινοςпохвалаrosשבח찬양berömхвала (lɔf)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
wat je zegt of schrijft om iemand te prijzen vol lof zijn over wat iemand heeft gedaan