liggen


Zoekopdrachten gerelateerd aan liggen: leggen
Thesaurus

liggen:

ligt
Vertalingen

liggen

liegen, gelegen sein, lügenlie, recline, besituated, await, beêtre couché, être situé, convenir à, être, être alité, être en garnison (à) [armée], être en train de, être étendu, reposer, se trouver, tenir (à), tomber [vent], mentirлежать, полежать, лгатьmentire, bugìa, circostanza, giacereيَسْتَلقِيležetliggeψεύδομαιmentir, tumbarsevalehdellaležati嘘をつく눕다lyveokłamaćdeitar, mentirljugaโกหกyalan söylemeknằm dài (ˈlɪxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd lag , voltooid deelwoord heeft gelegen
1. horizontaal op een vlak rusten op bed gaan liggen Mijn bril ligt op tafel.
volstrekt duidelijk zijn
2. in genoemde positie of toestand zijn Die kostbare ring ligt zo maar voor het grijpen. op schema liggen
vanzelfsprekend zijn
niet meer gewaardeerd worden
niet meer mogen meedoen aan een wedstrijd omdat je verloren hebt
3. overeenkomen met je interesse of aard Dat werk ligt me wel.
4. (van de wind) minder hard worden