weglopen

(doorverwezen van liep weg)
Vertalingen

weglopen

ausreißen, entfliehen, entlaufen, fortlaufen, sich verlaufen, verfließen, davonlaufenabscond, flowdown, flowoff, run aways'enfuir, dégager, couler, s'écouler, s'en aller, s’enfuirfuggire, scappareيَهْرُبُutéciløbe vækτρέπομαι σε φυγήfugarsepaetapobjeći逃げ出す도망가다stikke avuciecfugirубегатьrymmaวิ่งหนีไปkaçmakbỏ trốn潜逃 ('wɛxlopə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd liep weg , voltooid deelwoord is weggelopen
1. weggaan en niet meer terugkomen Onze kat is gisteren weggelopen. Op haar zestiende is ze van huis weggelopen. Hij is kwaad uit de vergadering weggelopen.
2. (van een vloeistof) door een opening verdwijnen Het putje is verstopt; het water loopt langzaam weg.