liefde

Vertalingen

liefde

love, affectionamour, affection, piétéLiebeαγάπη, έρωταςamorحُبٌláskakærlighedrakkausljubavamore사랑kjærlighetmiłośćamorлюбовьkärlekความรักsevgi/aşktình yêu (ˈlivdə)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -n
gevoel dat je van iemand houdt, of gevoel dat je iets erg fijn vindt iemand je liefde verklaren met veel liefde je werk doen
seks hebben
prostitutie