lief

Vertalingen

lief

lieb, freundlich, Geliebte, hold, hübsch, bravdear, affable, friendly, lovable, sweetheart, beloved, dainty, good‐natured, kind, lovedone, lovely, lover, nice, pretty, well‐beloved, boyfriend, tender, expensive, goodaimable, gentil, affable, amène, coûteux, cher/chère, gentiment, mignon, cher, d'une façon adorable, mignon/mignonne, beau/bel/belle, doux/douce, bien éduquécaro, costoso, buonoلَطِيفhodnýsødκαλόςbuenokunnollinendobar行儀のよい모범적인snillgrzecznybem, bomхорошийsnällประพฤติดีuslutốt听话的Обичам (lif)
bijvoeglijk naamwoord
1. als je iemand erg aardig vindt of van iemand houdt Je bent een lieve schat. Wat lief van je om me uit te nodigen.
2. ik zou erg graag willen dat...
3. meer dan ik zou willen
4. (iets negatiefs) aanvaarden