licht

Vertalingen

licht

(lɪxt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
1. duisterduisternis energie van de zon of een lamp waardoor je iets kunt zien Een brandende kaars geeft weinig licht.
zorgen dat (iets verborgens) bekend wordt
2. lamp het licht aan doen stoplicht
je laten informeren door (iemand)
3. uit het oogpunt van In het licht van de luchtvervuiling je ramen dicht houden.

licht

leicht, hell, licht, flach, flau, geläufig, gelinde, lichtvoll, mühelos, nicht schwierig, schwach, Lichtquellelight, clear, easy, facile, insubstantial, lightly, weak, bright, faint, shallow, superficial, weaklylumière, clair, léger, facile, faible, lumineux, superficiel, léger/légère, légèrement, éclair, facilement, feu (rouge), lueur, feu, gai/gaie, mousseuxllumsvětlo, lehký, světlýlys, lyskilde, let, lyse-φως, απαλός, ελαφρύς, φωτεινόςluz, ligero, leve, clarovalo, kevyt, vaalea, valoisaljósluce, distinto, esente, forbire, sereno, chiaro, leggerolys, lettoświetlenie, jasny, lekki, światłoluz, claro, leveсвет, легкий, светлыйosvetlenielučljus, lättışık, açık, hafifđèn, ánh sáng, nhạt, nhẹ, sángخَفِيفٌ, ضَوْءٌ, فَاتِـح, مُضِيءٌlagan, svijetao, svijetlao, svjetlo光, 明るい, 淡い, 軽い가벼운, 밝은, 빛เบา, แสงสว่าง, ซีด, สว่าง光亮, 明亮的, 淡的, 轻的, светлинаאור (lɪxt)
bijvoeglijk naamwoord
1. zwaar als iets niet veel weegt
erg licht
2. donker met veel licht (1,1) een lichte dag
een kamer waarin veel daglicht binnenkomt
3. zwaar als iets niet veel moeite kost lichte werkzaamheden
4. als iets niet erg belangrijk is een lichte beroerte