levendig

Vertalingen

levendig

lebendig, lebhaft, aufgeweckt, belebt, flink, frisch, gewandt, hurtig, lebend, lebensvoll, munter, wachalert, brisk, keen, lively, vivid, adroit, agile, alive, brightvivement, vivant, animé, actif, alerte, vif, vigilant, vif/vive, avec animation, net/nette, nettement, expressif, chaud, allant, allègre, rapide, allégro, netvivo, animado, vívidoallarme, animato, vividoحَيّ, نَشيِطٌenergický, živýlevende, livligζωηρός, παραστατικόςeloisa, kirkasživahan, živopisan元気のよい, 鮮やかな선명한, 활기찬livligpełen życia, żywyanimado, vívidoдеятельный, яркийlivligเจิดจ้า สว่างไสว ชัดเจน, มีชีวิตชีวาcanlırõ ràng, sống động活泼的, 生动的, 活泼活潑תוסס (ˈlevəndəx)
bijvoeglijk naamwoord
1. druk, vrolijk en vol afwisseling een levendige stad een levendig verslag van de gebeurtenissen
2. als je iets nog helder in je gedachten voor je ziet Ik kan me onze ontmoeting nog levendig herinneren.