| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.723.963.897 Bezoekers. |
|
leren |
0,02 sec. |
|
leren1 bn leren [ˈlerə(n)] van leer gemaakt een leren tas leren2 ww leren (leerde enk ovt; heeft geleerd volt deelw) [ˈlerə(n)]
1 zorgen dat je iets kunt of weet leren lopen Nederlands leren leren hoe je moet autorijden 2 zorgen dat iemand anders iets kan of weet iemand leren schaatsen iemand leren hoe je moet zwemmen van buiten leren zo leren dat je het zonder hulpmiddel kunt vertellen Vertalingen leren belehren, instruieren, ledern, lehren, lernen, unterrichten, unterweisen leren aprender leren cuoio, apprendere leren يَتعلم leren naučit (se) leren lære leren μαθαίνω leren oppia leren učiti leren 学ぶ leren 배우다 leren lære leren nauczyć się leren aprender leren изучать leren lära (sig) leren เรียน leren öğrenmek leren học leren 学习 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|