lens

Thesaurus

lens:

objectief
Vertalingen

lens

leer, Linselens, empty, voidlentille, vide, cristallin [oeil], lentille (de contact), objectifevacuare, vuotare, vuoto, lenteعَدَسَةٌčočkalinseφακόςlentelinssilećaレンズ렌즈linsesoczewkalenteлинзаlinsเลนส์ตาlensống kính镜头עדשה鏡頭 (lɛns)
zelfstandig naamwoord meervoud lenzen
1. natuurkunde doorzichtig materiaal met een bepaalde vorm waardoor licht een andere richting kan krijgen telelens een andere lens op je fototoestel zetten
2. biologie deel van je oog Ze kreeg een glasscherf in haar oog, maar de lens is onbeschadigd.
3. stukje doorzichtig materiaal op je oog om beter te kunnen zien je lenzen indoen in plaats van je bril gebruiken