leiden

(doorverwezen van leidde)
Vertalingen

leiden

führen, leiten, Leiden, lenkenlead, head, conduct, direct, guide, Leyden, channelconduire, mener, diriger, guider, aboutir, régler, Leyde, mener (à), animer, manier, couler, gouvernercondurre, piomboيُقَيِّدُvéstledeκαθοδηγώdirigir, guiarjohtaavoditi導く이끌다lededoprowadzićconduzirвестиledaนำyol göstermekdẫn领导 (ˈlɛidə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd leidde , voltooid deelwoord heeft geleid
1. in een bepaalde richting gaan of brengen De weg leidt naar Amsterdam. Een tip leidde de politie naar de verblijfplaats van de ontvoerde meisjes.
2. de baas zijn en zorgen dat iedereen doet wat hij of zij moet doen een reddingsoperatie leiden
3. vooropgaan in een wedstrijd of competitie leiden met 4-2
4. (een leven, bestaan) doorbrengen als genoemd een gelukkig leven leiden