lef

Vertalingen

lef

Mut, Unverfrorenheitcourage, audacity, boldness, daring, brass, gall, guts, nerveaudace, courage, abattage, culot, toupet, cran, estomacfibra, sfacciataggineجُرْأَةٌodvahamodτόλμηfrescura, valorrohkeusdrskostずぶとさ용기ureddhetpewność siebieousadiaсмелостьmodความกล้าหาญcüretkhí phách胆量 (lɛf)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
eigenschap dat je iets durft het lef hebben om iets gevaarlijks te doen