leer

Vertalingen

leer

(ler)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
1. materiaal dat van een dierenhuid gemaakt is een tas van leer
2. fel en boos tegen (iemand) praten

leer

Leder, Doktrin, Lehreleathercuir, doctrine, apprentissage, échelle, leçon, science, théorie, grammaire (ler)
zelfstandig naamwoord meervoud
1. regels of ideeën die samen een geheel vormen de protestantse leer
2. bij (iemand) werken om zijn of haar vak te leren