uitleven

(doorverwezen van leefde zich uit)
Vertalingen

uitleven

(ˈœytlevə(n))
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd leefde zich uit , voltooid deelwoord heeft zich uitgeleefd
volledig dat doen wat je leuk vindt of wat je goed kunt je uitleven in de disco