| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.818.124 Bezoekers. |
|
laten |
0,01 sec. |
|
laten ww laten (liet enk ovt; heeft gelaten volt deelw) [ˈlatə(n)]
1 (iets) niet doen of niet meer doen;= nalaten Ik kon het niet laten om hem uit te lachen. Wil je dat roken nu eens laten. 2 zorgen dat iets of iemand op een plaats of in een bepaalde toestand komt of blijft Ik laat mijn kind even bij jou. Waar moet ik mijn bagage laten? alles laten zoals het nu is Ik laat haar maar praten. 3 zorgen dat iemand iets doet een pakje laten bezorgen je laten gaan je niet meer beheersen het hierbij laten ophouden met waar je mee bezig was Thesaurus Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|