last

Vertalingen

last

Last, Belastung, Bürde, Fracht, Fuhre, Ladungburden, charge, load, trouble, incubus, onuscharge, gêne, poids, fardeau, commission, incommoditéعِبْءbřemenobyrdeφορτίοcargataakkateretfardello荷物byrdeciężarcargaобузаbördaภาระyükgánh nặng负担 (lɑst)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. iets zwaars dat je moet dragen of ondervinden lastdieren De loonadministratie is een zware last voor bedrijven.
2. financieel iets dat je moet betalen sociale lasten maandlasten
op kosten van De overdrachtsbelasting komt ten laste van de koper.
kosten die steeds weer terugkomen
3. hinder last hebben van muggen Met mijn drumstel ben ik mijn buurman vaak tot last.
4. op bevel van op last van de brandweer je huis verlaten
5. (iemand) beschuldigen van (iets) Er werd hem doodslag ten laste gelegd.