lap

Thesaurus

lap:

poetslap
Vertalingen

lap

Fetzen, Hader, Lappen, Lappländerrag, patch, Laplander, Lapp, scrap, cloutchiffon, lambeau, tranche, Lapon, coupon, métrage, morceau, haillonlobovueltaラップ무릎 (lɑp)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -pen
1. stuk doek de tafel met een natte lap afnemen een lap stof voor een jurk
2. groot plat stuk (van iets) een huis met een lap grond erbij runderlappen