langs

Thesaurus

langs:

viater,
Vertalingen

langs

(lɑŋs)
bijwoord
1. naar...toe bij iemand langs gaan
2. flink bestraft worden

langs

entlang, gemäß, nach, über ... hinaus, vorbei, vorüberalong, by, accordingas, accordingto, as, beyond, past, straightpast, uple long de, par, au‐delà de, d'après, selon, devant, le long (de)вдольfinito, lungoعَلَى طُوْلpodéllangsπαραπλεύρωςa lo largo demukaanuzduž・・・に沿って...을 따라langsmedwzdłużao longo delängsไปตามboyuncadọc theo顺着 (lɑŋs)
voorzetsel
1. in de lengte van langs het strand lopen
2. voorbij langs de kerk lopen