lang

Vertalingen

lang

(lɑŋ)
bijvoeglijk naamwoord
1. kort met een relatief grote lengte of duur een lange man een lange vakantie
2. met genoemde lengte vijf meter lang

lang

lang, lange, großlong, lanky, tall, alongtime, atgreatlength, foralongtime, ofhighstature, oflongstanding, prolonged, protractedlongtemps, long, longuement, long/longue, grand, du tout, grand (de taille)largo, altolungo, vasto, altoطَوِيل, طَوِيِلٌdlouhý, vysokýhøj, langμακρύς, ψηλόςpitkädugačak, visok長い, 高い긴, 키가 큰høy, langdługi, wysokialto, longoдлинный, высокийlångนาน, ยาว, สูงuzun, uzun boylucao, dài长的, 高的 (lɑŋ)
bijwoord
1. een hele tijd lang houdbare producten Het slechte weer houdt lang aan.
ver in het verleden
gauw doodgaan
2. helemaal niet zo mooi als
dat is behoorlijk goed