lam

Vertalingen

lam

(lɑm)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -meren
jong schaap dartele lammetjes in de wei

lam

Lammlamb, lameagneau, agneau/agnelle, agnelet, comme paralysé, désagréablement, ennuyeux/-euse, faible, faiblement, fou/fol/folle, paralysé, rond, paralytiqueαρνίcorderoحَمْلٌjehnělamkaritsajanjeagnello子羊어린양lambarancordeiroягненокlammแกะkuzuthịt cừu小羊, Лам (lɑm)
bijvoeglijk naamwoord
1. als je (een arm of been) niet meer kunt bewegen een lamme arm
2. (van een schroef) als die niet meer vastgedraaid kan worden Dit boutje is lam gedraaid.