laf

Vertalingen

laf

feige, bang, fadeafraid, cowardly, yellowlâche, fade, lâchement, poltron/-onne, honteux, poltrontatsız, tuzsuzpaura (lɑf)
bijvoeglijk naamwoord
1. dappermoedig als je niet durft wat je moet doen Laf van je, dat je je excuses niet durfde aan te bieden.
2. (van voedsel) met weinig smaak De salade zag er heerlijk uit, maar smaakte nogal laf.