ladder

Thesaurus

ladder:

schoptrapje, trap,
Vertalingen

ladder

Leiterladderéchelle, maille filéeسُلَّمٌžebříkstigeσκάλαescaleratikkaatljestvescalaはしご사다리stigedrabinaescadaлестницаstegeบันไดtaşınır merdiventhang梯子 (ˈlɑdər)
zelfstandig naamwoord meervoud -s
1. soort losse open trap om omhoog te klimmen met een ladder het dak op gaan touwladder
2. smalle kapotte baan in een kous Ik heb een ladder in mijn panty.