| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.944.703 Bezoekers. |
|
staan |
0,02 sec. |
|
staan ww staan (stond enk ovt; heeft gestaan volt deelw) [stan]
1 (van personen) de houding hebben van je voeten op de grond en je hoofd bovenaan; zitten; liggen gaan staan om iemand te begroeten in de keuken staan koken 2 (van dingen) zich ergens (rechtop) bevinden Mijn fiets staat tegen de boom. De borden staan in de kast Ons huis staat naast de supermarkt. Hoeveel letters staan er op deze regel? 3 in genoemde toestand zijn Het huis staat in brand. De stoplicht staat op groen. 4 genoemde indruk wekken Die jurk staat je goed. Dat kun je niet doen, dat staat raar. rood staan een negatief saldo hebben Daar staat me iets van bij. daar herinner ik me iets van laat staan en zeker niet Dat is niet correct, laat staan fraai. Ze kijkt me niet meer aan, laat staan dat ze me zal groeten. Vertalingen staan être debout, habiller, revêtir, se dresser, vêtir, aller (à qn) [vêtements, convenir, etc], être, être dirigé (vers), être en train (de), être offert (pour), être passible (de), exiger (que), figurer, résister (à), rester immobile, rester intact, se trouver staan stare, stare in piedi staan يَقِفْ staan stát staan stå staan στέκομαι staan estar en pie staan seisoa staan stajati staan 立つ staan 서다 staan stå staan wstać staan ficar em pé staan стоять staan stå staan ยืน staan dikilmek staan đứng staan 站立 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|