kwiek

Thesaurus

kwiek:

vrolijk
Vertalingen

kwiek

aufgeweckt, flink, frisch, gewandt, hurtig, munter, wachalert, brisk, keen, adroit, agilealerte, actif, vif, vigilant, d'une façon alerte, vif/viveallarme (kwik)
bijvoeglijk naamwoord
opgewekt en levendig een kwieke oma