voorkomen

(doorverwezen van kwam voor)
Vertalingen

voorkomen

('vorkomə(n))
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
manier waarop iemand/iets eruitziet Hij heeft het voorkomen van een maffiabaas.

voorkomen

('vorkomə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kwam voor , voltooid deelwoord is voorgekomen
1. gebeuren Komt het vaak voor dat je niet kunt slapen? veelvoorkomend
als een bepaalde situatie zich voordoet Bent u bereid om in voorkomende gevallen over te werken?
2. te zien zijn, aangetroffen worden Pinguïns komen alleen op de Zuidpool voor.
3. juridisch voor de rechter komen De verdachte moet morgen voorkomen.
4. (iemand) een bepaalde indruk geven Ze komt mij bekend voor. Het komt mij voor dat je iets voor mij verzwijgt.

voorkomen

Anblick, Ansehen, Aussehen, geschehen, passieren, scheinen, sich aufhalten, sich befinden, sich ereignen, stattfinden, vorkommen, verhindernoccur, prevent, appear, appearance, appeartobe, aspect, befound, belocated, comeabout, findoneself, happen, look, seem, sight, view, existence, geminate, guise, impressionair, allure, empêcher, apparence, arriver, paraître, prévenir, sembler, aspect, avoir lieu, intervenir, se trouver, spectacle, touche, extérieur, apparaître, mine, dehors, physiqueprecaver, impedirيـَمْنَعzabránitforhindreπρολαμβάνωestääspriječitiimpedire防ぐ예방하다hindrezapobiecprevenirпредотвращатьförhindraป้องกันönlemekngăn ngừa预防, 避免避免להימנע (vor'komə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd voorkwam , voltooid deelwoord heeft ~
niet laten gebeuren Een droge vloer voorkomt dat je uitglijdt. Beter voorkomen dan genezen.