kwaken

Vertalingen

kwaken

croak, quackcancaner [canard], coasser [grenouille], jacasser, coasser (ˈkwakə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kwaakte , voltooid deelwoord heeft gekwaakt
1. het geluid van een eend of kikker maken
2. luidruchtig onzinnige dingen zeggen zitten kwaken zonder kennis van zaken