kwaad

Vertalingen

kwaad

(kwat)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud kwaden
iets dat slecht, nadelig of schadelijk is Af en toe een glas bier kan geen kwaad.
iets nadeligs dat je maar moet accepteren
alles van je wordt goedgekeurd door (iemand)

kwaad

arg, böse, schlecht, Übelangry, bad, abuse, cross, miserable, nasty, poor, mad, maliciousmal, mauvais, méchant, défaut, d'un ton fâché, fâché (contre/avec qn), tort, fâché, malicieuxзлоcattivo (kwat)
bijvoeglijk naamwoord
1. als je heel boos bent Ik werd heel kwaad toen ze me uitlachten.
2. slecht of onaangenaam Het is hier zo kwaad nog niet.
steeds slechter