kussen


Zoekopdrachten gerelateerd aan kussen: hoofdkussen
Thesaurus

kussen:

zoenen
Vertalingen

kussen

(ˈkʏsə(n))
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
zak met zachte inhoud kussens op de bank een hoofdkussen op je bed

kussen

küssen, Kissen, Kopfkissen, Polsterkiss, cushion, pillow, padembrasser, coussin, baiser, oreiller, traversin, tamponφιλώ, μαξιλαράκι, μαξιλάρι, προστατευτικό μαξιλαράκιbesar, almohada, almohadilla, cojínbaciare, baciano, bacio, cuscinetto, cuscinocałować, pocałować, podkładka, poduszkaцеловать, подушка, диванная подушка, прокладкаوِسَادَة, وِسَادَةٌ رَقِيقَةٌ, يُقَبِّلُlíbat (se), podložka, polštářkysse, pudepehmuste, suudella, tyynyjastučić, jastuk, poljubitiキスする, クッション, パッド, 枕베개, 쿠션, 키스하다, 패드kysse, polstring, putealmofada, beijar, coxim, travesseirodyna, kudde, pussasเบาะรอง, จูบ, หมอน, หมอนอิงöpmek, ped, yastıkđệm, gối, hôn, miếng đệm lót坐垫, , 接吻, 枕头 (ˈkʏsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kuste , voltooid deelwoord heeft gekust
een kus geven Veel mensen kussen elkaar als ze elkaar groeten.