| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.594.767 Bezoekers. |
|
kunnen |
0,02 sec. |
|
kunnen ww kunnen (kon enk ovt; heeft gekund volt deelw) [ˈkʏnə(n)]
1 weten hoe je iets moet doen;= in staat zijn tot kunnen voetballen 2 mogelijk zijn Het kan gaan regenen. Kan ik morgen komen? Ja, dat kan. 3 toegestaan zijn;= mogen Je kunt niet in je vuile kleren op bezoek gaan. ervan op aan kunnen dat... er zeker van kunnen zijn dat...;= kunnen vertrouwen op Kan ik ervan op aan dat je me komt helpen? niet kunnen tegen (iets) niet kunnen verdragen Ik kan niet tegen die harde muziek. Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|