kuisen

Vertalingen

kuisen

bowdlerize, chasten, expurgate, purify, clean (ˈkœysə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kuiste , voltooid deelwoord heeft gekuist
1. ongewenste stukken verwijderen uit (een tekst, een tv-programma e.d.) De ongekuiste versie staat nu op internet.
2. schoonmaken een vloer kuisen