kuis

Thesaurus

kuis:

reinigingschoonmaak, reinigen,
Vertalingen

kuis

(kœys)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
het schoonmaken thuis de kuis doen

kuis

keusch, züchtigchastechaste, continent, chastement, pudique, vertueusement, vertueuxpudico (kœys)
bijvoeglijk naamwoord
seksueel terughoudend