kruk


Zoekopdrachten gerelateerd aan kruk: apart
Thesaurus
Vertalingen

kruk

Handgriff, Henkel, Manilla‐Zigarre, Taburett, Türklinke, Hocker, Krückecrutch, stool, handle, cranktabouret, béquille, poignéeколенвал, коленчатый вал, костыль, табуретsgabello, grucciaعُكَّاز, كُرْسِيٌّ بِدُونِ ظَهْرٍ أَوْ ذِراعَيْـنberla, stoličkakrykke, taburetπατερίτσα, σκαμνίmuleta, taburetejakkara, kainalosauvaštaka, stolacスツール, 松葉杖걸상, 목발krakk, krykkekula, stołekbanquinho, muletakrycka, pallไม้เท้าใช้พยุง, ม้านั่งไม่มีพนักkoltuk değneği, tabureghế đẩu, nạngT字形拐杖, 凳子 (krʏk)
zelfstandig naamwoord meervoud -ken
1. stoel zonder leuningen barkruk
2. knop op een deur om hem open te maken deurkruk
3. hoge stok die steun geeft bij het lopen met krukken lopen als je enkel gebroken is
4. iemand die slecht presteert Wat een stelletje krukken!