kruin

Vertalingen

kruin

First, Gipfel, Scheitel, Wipfelsummit, surface, top, topofthehead, scalpsommet, faîte, haut, comble, summon, crête [montagne, etc], faîte [arbre], sommet de la tête, tête, crête, cime (krœyn)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. plaats op je hoofd waar je haar naar alle kanten groeit een paar kruinen hebben
2. bovenkant van een mensenhoofd een kale kruin
3. top van een boom of een dijk dode takken uit de kruin zagen