krijgen


Zoekopdrachten gerelateerd aan krijgen: kinderen krijgen, tandjes krijgen
Vertalingen

krijgen

bekommen, empfangen, erhalten, habhaft werden, erkranken anget, have, receive, dent, leaf, catchrecevoir, accueillir, obtenir, attraper, avoirrecibir, contagiarse, contraerأُصِيبَ بِ, يَحْصُلُ عَلَىchytit, dostatκολλώ, παίρνωsaadadobiti, zaraziti secontrarre, ricevere・・・に感染する, もらう가지다, 병에 걸리다otrzymać, złapaćapanhar, pegar, receberподцепить, получитьได้รับ, ป่วยเป็นโรคalmak, kapmakbị bệnh, có được得到, (ˈkrɛixə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kreeg , voltooid deelwoord heeft gekregen
1. geven zonder betaling ontvangen cadeautjes krijgen een kind krijgen een goed idee krijgen
2. in genoemde situatie komen of brengen het koud krijgen iemand boos krijgen
(iets) met succes regelen
<je zegt dit als je verbaasd en boos bent>