Printer Friendly
Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary
1.769.817.214 Bezoekers.
forum mailing list For webmasters
?
New: Language forums
English
Dictionary
Español
Spanish
Dictionary
Deutsch
German
Dictionary
Français
French
Dictionary
Italiano
Italian
Dictionary
العربية
Arabic
Dictionary
中文简体
Chinese Simplified
Dictionary
Polski
Polish
Dictionary
Português
Portuguese
Dictionary
Nederlands
Dutch
Dictionary
Norsk
Norwegian
Dictionary
Ελληνική
Greek
Dictionary
Русский
Russian
Dictionary
Türkçe
Turkish
Dictionary
?

kracht

0,02 sec.
kracht
zn kracht (-en mv) [krɑxt]
1 eigenschap dat iemand fysiek of mentaal sterk is en daardoor dingen kan doen
al je krachten inspannen om een zware tafel te verplaatsen
op eigen kracht een probleem oplossen
2 effect of invloed (op iets)
zwaartekracht
de kracht van een aardbeving
een maatregel met terugwerkende kracht invoeren
3 werknemer
in het toeristenseizoen extra krachten inhuren
in de kracht van je leven
in de beste jaren van je leven
Hij is in de kracht van zijn leven overleden aan een hartaanval.
uit je krachten gegroeid zijn
te groot geworden zijn
Dat dorp is uit zijn krachten gegroeid.
van kracht zijn
gelden
De wet is vanaf volgend jaar van kracht.
Thesaurus
kracht: sterkte, volume, potentieel
Vertalingen


Voeg toe aan iGoogle
Gratis Website inhoud – Webmaster tools

?Pagina hulpmiddelen
Printer vriendelijke
Citeer / link
E-mail
Feedback
 Woord Browser:
?

Disclaimer | Privacy policy | Feedback | Copyright © 2009 Farlex, Inc.
Alle inhoud van deze website, met inbegrip van woordenboeken, thesauri, literatuur, geografie, en andere referentie-gegevens is alleen voor informatieve doeleinden. Deze informatie moet niet worden beschouwd als volledig, up-to-date, en is niet bedoeld om gebruikt te worden in plaats van een bezoek, raadpleging, of adviezen van juridische, medische, of een andere professioneel. Voorwaarden voor gebruik.