| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.817.214 Bezoekers. |
|
kracht |
0,02 sec. |
|
kracht zn kracht (-en mv) [krɑxt]
1 eigenschap dat iemand fysiek of mentaal sterk is en daardoor dingen kan doen al je krachten inspannen om een zware tafel te verplaatsen op eigen kracht een probleem oplossen 2 effect of invloed (op iets) zwaartekracht de kracht van een aardbeving een maatregel met terugwerkende kracht invoeren 3 werknemer in het toeristenseizoen extra krachten inhuren in de kracht van je leven in de beste jaren van je leven Hij is in de kracht van zijn leven overleden aan een hartaanval. uit je krachten gegroeid zijn te groot geworden zijn Dat dorp is uit zijn krachten gegroeid. van kracht zijn gelden De wet is vanaf volgend jaar van kracht. Thesaurus Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|