krabben

Vertalingen

krabben

kratzen, ritzenscratchgriffer, gratter, (se) gratterrascar, arañargraffiare, graffio, scalfire, verniciareيَخْدِشُškrábatkløγδέρνωraapaistačešati引っ掻く긁다klorepodrapaćarranharцарапатьrepaเกาçizmeklàm xước (ˈkrɑbə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd krabde , voltooid deelwoord heeft gekrabd
met je nagels of iets scherps op je lichaam krassen Ik heb jeuk op mijn rug. Wil jij even krabben?
goed nadenken Ik zou nog maar eens achter je oren krabben voor je een definitieve beslissing neemt.