kraken

(doorverwezen van kraakte)
Thesaurus

kraken:

kritiserenopenleggen, losbreken, openbreken,
Vertalingen

kraken

knallen, knarren, krachen, sprengen, ursurpierenusurp, crack, creak, grate, overpowercraquer, grincer, casser, cracher, cambrioler, pirater [ordinateur], squatter, crisser, gratter (ˈkrakə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kraakte , voltooid deelwoord heeft gekraakt
1. een onregelmatig geluid maken zoals wanneer je stug papier in je handen knijpt de houten vloer kraakt een krakende stem
2. breken zodat (iets) opengaat noten kraken een kluis kraken
3. (een gebouw) binnendringen en er gaan wonen Krakers hebben het kantoor gekraakt dat al jaren leegstond.