kostuum

Thesaurus

kostuum:

maatpakpak,
Vertalingen

kostuum

Kostüm, Anzug, Gewand, Tracht, Maskenkostümcostume, suit, outfit, fancy dresscostume, complet, tailleur, ensemble, habit, déguisementزِيّ, مَلَابِسُ تَنَكُّرِيَّةkostým, maškarní kostýmkostume, udklædningαποκριάτικη στολή, ενδυμασίαdisfraz, traje de etiqueta, vestimenta, vestuario, trajenaamiaispuku, pukukostimcostume仮装服, 身なり가장 무도회 의상, 복장drakt, karnevalskostymekostium, przebraniefantasia, trajeкостюм, маскарадный костюмmaskeradkläderเครื่องแต่งกาย, ชุดแฟนซีbalo kostümü, kostümquần áo hóa trang, trang phục服装, 化装舞会服装תחפושת服裝 (kɔsˈtym)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
1. broek met daarbij horend kort jasje en eventueel vest voor een plechtigheid een driedelig kostuum kopen
2. theater kleding voor als je een bepaalde rol speelt clownskostuum