| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.003.407 Bezoekers. |
|
koppelen |
0,02 sec. |
|
koppelen ww koppelen (koppelde enk ovt; heeft gekoppeld volt deelw) [ˈkɔpələ(n)]
(personen of zaken) bij elkaar brengen of met elkaar verbinden;= combineren twee computerprogramma's koppelen konijnen zo koppelen dat ze zich samen in een hok goed voelen koppelen aan een relatie leggen tussen;= verbinden aan De chef probeert zijn dochter aan zijn beste werknemer te koppelen. de uitkeringen koppelen aan de inkomensgroei Thesaurus koppelen: verbinden, samenkoppelen Vertalingen koppelen einrücken, kuppeln, vermitteln, werben, verketten koppelen accoupler, coupler, embrayer, s'entremettre, atteler [wagon], embrayer [véhicule], joindre, pousser l'un vers l'autre, relier, s'entremettre (pour faciliter un mariage), lier koppelen يَصل بين koppelen spojit koppelen sammenkæde koppelen συνδέω koppelen vincular koppelen yhdistää koppelen povezati koppelen collegare koppelen つなぐ koppelen 연결하다 koppelen knytte sammen koppelen połączyć koppelen соединять koppelen länka koppelen เชื่อม koppelen birleştirmek koppelen kết nối koppelen 连结 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|