koppel

Vertalingen

koppel

pair, couple, duo, torque, matchcouple, paire, attelage, ceinturon, laisse [chien], compagnie, tandem, alliancepaio, compagno, coppiaزَوْجَان, مُتَوَافِقُpár, partiematch, parPaar, Partieζευγάρι, ταίριασμαparejaliitto, pariparカップル, 縁組み쌍의 한쪽, 한 쌍par, partidopasowanie, paracasal, companheiroпара, партияpar, partiคู่, คู่ที่เหมาะสมกันçift, denkcặp đôi, sự kết đôi一对夫妇, 匹配 (ˈkɔpəl)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
twee of meer mensen of dieren bij elkaar Die twee vormen een leuk koppel. Een koppel stratenmakers gezocht. een koppel paarden voor een wagen