koper


Zoekopdrachten gerelateerd aan koper: ijzer
Thesaurus
Vertalingen

koper

(ˈkopər)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
1. geelbruin metaal, of voorwerp dat daarvan gemaakt is het koper poetsen
2. koperen blaasinstrumenten in een orkest en de bespelers ervan Het koper overstemde het hout volledig.

koper

Kupfer, Käufer, Messingcopper, buyer, client, purchaser, brasscuivre, acheteur, acquéreur, acheteur/-euse, cuivres, client, possesseur, laitonنحاس, مُشْتَرِي, نُحَاس, نُحاس أَصْفَرмедcoureměď, kupující, meď, mosazkobber, køber, messingχαλκός, αγοραστής, bakır, μπακίρι, μπρούντζοςkuprocobre, comprador, latónvaskمسkupari, vaski, messinki, ostajaנחושתतांबाrézcuprotembagaeir銅, あかがね, 真鍮, 買い手구리, 구매자, 황동aes, cuprum, cyprumvarisvarškobber, kjøper, kopper, messingmiedź, kupiec, mosiądzcobre, comprador, latãoaramă, cupruмедь, купрум, латунь, покупательmeďbakerkoppar, köpare, mässingทองแดง, ทองเหลือง, ผู้ซื้อbakır, alıcı, pirinçмiдьđồng, đồng đỏ, người mua銅, 买主, , 黄铜committente, compratore, acquirente, ottone, ramebakar, kupac, mjed (ˈkopər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
verkoper iemand die iets koopt de kopers van een huis
als de koper van een huis de bijkomende kosten moet betalen