koop

Vertalingen

koop

purchase, acquisition, buyachat, conclure, marché, acquisition, empletteKaufcompraacquistare, compera, compra, comprare, decrescenzaלמכירהπώληση (kop)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud kopen
verkoop keer dat je iets koopt, of wat je gekocht hebt de koop van een huis Die jas is een goede koop.
die of dat gekocht kan worden Dat huis staat al een jaar te koop. Te koop gevraagd: zeilboot. Te koop aangeboden: witte trouwjurk maat 40.
(iets) aan iedereen laten zien of horen te koop lopen met je kennis
bij iets gunstigs een nadeel accepteren Het huis is erg mooi. Dat het aan een drukke weg ligt nemen we op de koop toe.