kunnen

(doorverwezen van kon)
Vertalingen

kunnen

können, dürfen, vermögen, könntecan, beableto, could, may, mightpouvoir, savoir, capable (de), avoir pu, être susceptible dekunne, kan, kanskje, muligensمِنَ الـمُحْتَمَل, يَسْتَطِيعُmoci, mohl, možnákan, kunne, måskeμπορούσα, μπορώpoderosata, saattaa, voidamoćipotere, potevo, potevi, ecc., potrei, potresti, sapere・・・できた, ・・・できる, かもしれない...할 수 있다, ~일지도 모른다, 할 수 있었다mócconseguir, poder, pretérito de can, talvezиметь возможность, мочьkanske, kunde, kunna, kanสามารถ, อาจจะmuktedir olmak, yapabilmekcó thể可能会, 可能做, , 可以可以יכול (ˈkʏnə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kon , voltooid deelwoord heeft gekund
1. weten hoe je iets moet doen kunnen voetballen
2. mogelijk zijn Het kan gaan regenen. Kan ik morgen komen? Ja, dat kan.
3. toegestaan zijn Je kunt niet in je vuile kleren op bezoek gaan.
4. er zeker van kunnen zijn dat... Kan ik ervan op aan dat je me komt helpen?
5. (iets) niet kunnen verdragen Ik kan niet tegen die harde muziek.