| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.783.549.203 Bezoekers. |
|
komen |
0,01 sec. |
|
komen ww komen (kwam enk ovt; is gekomen volt deelw) [ˈkomə(n)]
1 een plaats bereiken Je komt op het juiste moment. op bezoek komen De buurman kwam ons vertellen dat hij gaat verhuizen. 2 in genoemde omstandigheid komen We kwamen onderweg zonder benzine te staan. komen te overlijden Dat komt wel in orde. Daar komt niets van in! dat zal niet gebeuren Hoe kom je erbij? wat een raar idee heb je Hoe kom je erbij dat ik niet zou willen meewerken. achter iets komen iets ontdekken Ik ben erachter gekomen dat hij me bedriegt met een andere vrouw. komen op je herinneren Ik kan niet op zijn naam komen. komen uit afkomstig zijn uit Die wijn komt uit Frankrijk. komen van/door veroorzaakt worden door Ik heb paarse handen. Dat komt van/door de kou. Vertalingen komen kommen komen Comines, s'abouler, venir, arriver (à), être ajouté (à), tomber, se mettre debout komen dochodzić, przyjść komen έρχομαι komen venir komen venire komen vir komen يَأتي komen přijít komen komme komen tulla komen doći komen 来る komen 오다 komen komme komen приходить komen komma komen มา komen gelmek komen đến komen 来 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|