koker

Thesaurus

koker:

rolwaterkoker, pennendoosje, personageuitbeelding,
Vertalingen

koker

Behälter, Besteck, Krugcontainer, vessel, box, jugbac, baquet, réchaud, ustensile de cuisine, étui, tuyau, boîtier, douille, cage, gaine, cheminée, carquoisrecipiente, vascelloท่อ (ˈkokər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
langwerpige ronde buis om iets in te doen of iets doorheen te laten gaan een kartonnen koker voor een affiche luchtkoker